· 

Lezen? Ja leuk!

Leesmotivatie

De één verslindt boeken, terwijl de ander de motivatie maar niet kan vinden. Hoe kunnen we deze kinderen motiveren om te gaan lezen?

 

Een stukje theorie

Leesmotivatie

Wigfield en Guthrie (1995) stellen dat nieuwsgierigheid in relatie tot lezen een beslissende factor is in de intrinsieke leesmotivatie. Het gaat hierbij om de wens om meer te leren over een specifiek onderwerp dat iemands interesse wekt. Hierop aansluitend stellen Smits en van Koeven (2014) dat het is beter om de leerlingen met plezier te laten lezen en zo de oefentijd te vergroten. Daarnaast kan de leestijd vergroot worden doordat de kinderen thuis meer gaan lezen, waarbij ze door hun ouders gemotiveerd worden (Morgan & Fuchs, 2007). Morgan en Fuchs (2007) zien de verhouding tussen leesvaardigheid en leesmotivatie bidirectioneel. Leesmotivatie en leesvaardigheid staan met elkaar in verband, ze beïnvloeden elkaar. Hoe vaak leerlingen lezen hangt van beide factoren af. Door veel (zelfgekozen) rijke teksten en voldoende leestijd nemen de leesvorderingen toe (Gambrell, 2011). Vooral het aanbieden van serieboeken werkt motiverend voor de zwakke lezers (Smits & Van Koeven, 2013), leerlingen kennen dan immers de personages en de situatie waarin een verhaal plaatsvindt al. Clark en Phythian-Sense (2008) benadrukken dat de leesmotivatie vergroot kan worden door leerlingen boeken te laten lezen die hun interesse wekken. Hierdoor wordt niet alleen de motivatie vergroot maar ook hun woordenschat, tekstbegrip en kennis (van de wereld). Maar voor begrip van teksten is ook al kennis van de wereld nodig. In het (lees)onderwijs dient de kennis van de wereld zoveel mogelijk geactiveerd te worden en er moet aandacht zijn voor de uitbreiding ervan. Wat voor kennis van de wereld geldt, geldt ook voor woordenschat (SLO,2012).

 

Gambrell (2011) zegt dat sociale interactie de leesmotivatie kan vergroten. Smits en Van Koeven (2018) stellen dat het houden van korte boekreclames zorgen voor meer leesmotivatie. Door het samenwerken en de presentaties maken de leerlingen weer kennis met (nieuwe) leesboeken, dit is goed voor de leesmotivatie. 

 

(Voor-)leesonderwijs

Prenger (2018) stelt dat taalonderwijs in de basisschool vooral summatief getoetst wordt. Om te achterhalen waarom bepaalde doelen niet zijn bereikt of waarom leerlingen lezen niet leuk lijken te vinden zijn er andere instrumenten nodig en vormen van evaluatie nodig. Fomatief evalueren is hiervoor een geschikt instrument. Hattie (2015) stelt ook dat formatief evalueren tijdens het leesonderwijs zinvol is. Een specifieke vorm om de leesontwikkeling van leerlingen te volgen is het voeren van leesgesprekken (Prenger, 2018). De kern van formatief evalueren bestaat uit drie items:

·         Helder maken waar de leerling naartoe werkt (feed up)

·         Een goed beeld krijgen van waar de leerling staat (feedback)

·         De leerling voorzien van feedback, gericht op verder leren (feed forward)

 

Goed leesonderwijs zorgt voor leesmotivatie bij leerlingen. Wigfield en Guthrie (1995) stellen dat goed differentiëren zorgt voor een gevoel van autonomie bij de leerlingen. Dit zorgt voor meer betrokkenheid bij het lezen, waardoor de leerlingen intrinsiek gemotiveerd raken. Smits en Van Koeven (2018) stellen dat er vijf basisprincipes zijn voor goed leesonderwijs.

Basisprincipe 1: Goed (voor)leesonderwijs vereist een doordachte boekencollectie met rijke teksten. Boekentaal is immers veel rijker dan mondelinge taal. Het is gunstig voor de woordenschatontwikkeling om meerdere boeken te lezen over hetzelfde onderwerp of in dezelfde serie (Allington, 2009).

Basisprincipe 2: Goed (voor)leesonderwijs vereist tijd voor lezen.

Scholen die erin slagen onderwijs in vrij lezen vorm te geven waarbij leerlingen dagelijks minimaal 20 minuten echt lezen, zullen dat merken in hun leesscores (Smits & Van Koeven, 2018).

Basisprincipe 3: Bij goed (voor)leesonderwijs hoort aandacht voor leesmotivatie.

In paragraaf 2.1 is het begrip “leesmotivatie” verder uitgewerkt.

Basisprincipe 4: Kijk voor goed (voor)leesonderwijs kritisch naar de aanpak op school.

Smits en Van Koeven (2018) stellen dat er tijd vrij gemaakt kan worden voor lezen door kritisch te kijken naar het leesonderwijs. Het achterwege laten van werkbladen zorgt al voor meer tijd in het rooster.

Basisprincipe 5: Lees zelf.

 

De leerkracht heeft hierin een voorbeeldfunctie.

 

In de praktijk

Tijdens het startgesprek geven de leerlingen aan welke (serie-)boeken zij geschikt achten voor dit project. Uiteindelijk worden er acht series gekozen. De leerlingen kiezen zelf met welke serie zij aan de slag gaan. Binnen het groepje wordt besproken wie welk deel van de serie gaat lezen en verwerken tot een bijdrage aan de website en een poster. De website wordt getoond aan andere leerlingen, ouders, leerkrachten en andere belangstellenden. De posters worden in de klas en in andere groepen gepresenteerd. Nieuwsgierig geworden? Neem gerust een kijkje op www.jimdo.com/leesmotivatie . 

Reactie schrijven

Commentaren: 0